Werkkleding niet geleverd: wie betaalt de rekening bij een voortijdig einde?
22 - 10 - 2026 • Siem Aartsen
Ondernemingsrecht Een leverancier van werkkleding levert een paar keer niet op tijd. Zijn klant is een vleesverwerker die aan strenge voedselveiligheidsnormen moet voldoen. Na een aantal keer niet leveren heeft hij er genoeg van en beëindigt de bestaande samenwerkingsovereenkomst. De leverancier stuurt vervolgens een rekening van bijna € 26.000 wegens voortijdige beëindiging. Wie heeft hier gelijk? Het Gerechtshof Amsterdam geeft in zijn uitspraak van 6 oktober 2026 ECLI:NL:GHAMS:2026:2808 een helder antwoord, met een aantal belangrijke lessen voor iedere ondernemer.
De samenwerking en de breuk
Een groothandel in vlees, vleeswaren, wild en gevogelte sloot in maart 2020 een driejarig contract met CWS Workwear Nederland B.V. CWS leverde werkkleding met het bedrijfslogo, haalde die twee keer per week op, reinigde de kleding en bracht ze schoon terug.
Na ongeveer veertien maanden hield de vleesverwerker het voor gezien. Op 1 juni 2021 liet zij CWS schriftelijk weten de overeenkomst per direct te willen beëindigen. CWS bevestigde de opzegging, maar stuurde meteen de rekening: een beëindigingsvergoeding en restwaarde van de kleding, samen bijna € 26.000, gebaseerd op de algemene voorwaarden die bij vroegtijdige beëindiging “om welke reden dan ook” een vergoeding voorschrijven.
De vleesverwerker protesteerde direct: de enige reden om te stoppen was dat CWS structureel in gebreke was gebleven. Personeel stond soms dagenlang in dezelfde kleding, of zelfs helemaal zonder. CWS erkende in de correspondentie zelf dat er “steken waren laten vallen”, onder meer rond de kerstperiode van 2020 en rond hemelvaart en pinksteren in 2021.
Opzegging of ontbinding?
De eerste juridische vraag is er een die in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien: wat voor soort beëindiging is dit eigenlijk? De brief van de vleesverwerker sprak over “opzegging” en noemde een herstructurering als reden. Maar het hof kijkt verder dan het gebruikte woord.
Op basis van de constante verwijzingen naar de nalatigheid van CWS, en het feit dat CWS die nalatigheid zelf ook erkende, had CWS redelijkerwijs moeten begrijpen dat hier geen gewone opzegging plaatsvond, maar een buitengerechtelijke ontbinding wegens wanprestatie. Dat onderscheid is cruciaal, want het bepaalt welke contractuele regeling van toepassing is.
Is een foutenpercentage van 2,5% genoeg voor ontbinding?
CWS verweerde zich met een rekenkundig argument: van de 156 leveringen waren er maar vier misgegaan. Een foutenpercentage van 2,5% — toch te weinig om een heel contract te ontbinden?
Het hof verwerpt die redenering. Niet het percentage is bepalend, maar de impact van de fout in de specifieke context. De vleesverwerker moet voldoen aan de strenge FSSC 22000-norm voor voedselveiligheid. Als schone bedrijfskleding niet op tijd wordt geleverd, komt die naleving direct onder druk en dus met alle reputatie- en bedrijfsschade die daarbij hoort.
Daar komt nog iets bij: dat CWS de kleding later alsnog bracht, herstelt de tekortkoming niet. Voor de dagen dat het personeel zonder schone kleding stond, was nakoming blijvend onmogelijk en daardoor trad het verzuim van CWS direct van rechtswege in, zonder dat eerst een ingebrekestelling nodig was. De opeenstapeling van deze herhaalde fouten was voldoende om de ontbinding te rechtvaardigen.
Geen boeteclausule bij eigen wanprestatie
Dan de rekening van CWS. Haar algemene voorwaarden schreven voor dat de klant bij vroegtijdige beëindiging “om welke reden dan ook” een vergoeding moest betalen. Daar trapt het hof niet in.
Omdat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden wegens wanprestatie van CWS zelf, is die vergoedingsbepaling simpelweg niet van toepassing. Het hof noemt het een “ongerijmd gevolg” als een leverancier, ondanks zijn eigen tekortkoming, toch recht zou houden op vergoeding voor omzetderving over de resterende contractduur. Ook de claim voor de restwaarde van de kleding wordt afgewezen, al was het maar omdat CWS die kleding allang had opgehaald.
De vordering van CWS wordt integraal afgewezen, en CWS wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Wat kunt u hiermee?
Deze uitspraak is relevant voor elke ondernemer die werkt met langlopende dienstencontracten denk aan leasing, facilitaire diensten, onderhoud of andere terugkerende leveringen.
- Niet het aantal fouten, maar de impact ervan op uw bedrijfsvoering telt. Opereert u in een gereguleerde sector met strenge certificeringseisen, zoals voedselveiligheid, zorg of een ISO-norm? Dan kan een klein aantal logistieke missers al genoeg zijn om een contract te mogen ontbinden.
- Als een prestatie op een specifieke dag nodig is en die dag voorbij is, telt nalevering niet als herstel. Dat betekent dat verzuim direct kan intreden, zonder ingebrekestelling.
- De rechter kijkt naar de werkelijke bedoeling achter een opzeggings- of beëindigingsbrief. Toch voorkomt u discussie het best door vanaf de eerste brief expliciet te spreken van “ontbinding wegens toerekenbare tekortkoming” wanneer dat de werkelijke reden is. Dit is beter dan vage termen als “opzegging” of “herstructurering”.
- Leveranciers kunnen zich onder omstandigheden niet achter een vergoedingsbepaling in hun algemene voorwaarden verschuilen wanneer zij zelf de wanprestatie hebben veroorzaakt. Rechters kunnen (en zullen) dergelijke bepalingen opzijzetten om een onredelijke uitkomst te voorkomen.
Heeft u te maken met een leverancier die herhaaldelijk tekortschiet, of wilt u uw beëindigingsbrief juridisch waterdicht formuleren? Neem contact op met de specialisten van BVDV.
