Een beëindigingsbrief met de zin “wij verlenen Ajax volledige en finale kwijting”. Dat klinkt als een sluitstuk: de zaak is afgehandeld, niemand kan nog iets claimen. Toch oordeelde het Gerechtshof Amsterdam op 9 juni 2026 dat een voetbalscout die zo’n brief ondertekende, alsnog recht had op meer dan twee miljoen euro aan nabetalingen. Het venijn zit hem doorgaans in de staart zo blijkt.

De samenwerkingsovereenkomst

In 2016 sloten een voetbalscout en Ajax een samenwerkingsovereenkomst. De scout zocht jong talent in Zuid-Amerika en Oost-Europa en kreeg daarvoor een jaarlijkse vaste vergoeding plus € 50.000 per transfer naar Ajax.

Interessanter (uiteindelijk) was artikel 5.3 van de overeenkomst: de uitloopregeling. Als een door de scout aangedragen speler binnen vier jaar na indiensttreding wéér werd doorverkocht, had de scout recht op een aanvullende vergoeding. In 2020 liep de samenwerking af. Ajax stuurde een brief, opgesteld door haar eigen bedrijfsjurist, die de scout voor akkoord ondertekende:

“Hierbij de bevestiging dat de lopende Opdrachtovereenkomst per 1 september 2020 tot een einde komt en na die datum niet zal worden verlengd. Tevens de  bevestiging dat Ajax alle betalingen onder de Opdrachtovereenkomst heeft voldaan en dat jullie Ajax volledige en finale kwijting verlenen.’’

Twee jaar later verkocht Ajax twee door de scout gescoute spelers (Antony en Martínez) aan Manchester United, voor respectievelijk € 95 miljoen en € 57 miljoen. De scout claimde zijn aanvullende vergoeding op grond van artikel 5.3. Ajax weigerde: die kwijtingsbrief was toch getekend?

Kwijting vs afstand van recht

Hier zit de juridische kern van het arrest, en die is relevant voor iedereen die die te maken heeft met (het goed beëindigen van) samenwerkingsovereenkomsten. Het hof maakt een scherp onderscheid tussen twee begrippen die in de praktijk vaak door elkaar worden gebruikt.

Kwijting (artikel 6:48 BW) is niets meer dan een verklaring van de schuldeiser dat een bepaalde, al bestaande schuld is betaald en is in essentie een kwitantie. Het ziet dus alleen op betalingen die al zijn gedaan.

Kwijtschelding of afstand van recht (artikel 6:160 BW) is iets heel anders: een overeenkomst waarbij een partij bewust en expliciet afziet van een vorderingsrecht, ook een toekomstig of nog onzeker recht. Daarvoor is wilsovereenstemming nodig — een schuldenaar mag er niet zomaar van uitgaan dat de ander een potentieel zeer waardevol recht zomaar weggeeft.

De brief van Ajax deed het eerste, niet het tweede. De zinsnede ging over betalingen die al waren voldaan. De vordering uit de transfers bestond in juni 2020 simpelweg nog niet. Er stond niets in de brief over het regelen van een geschil of een onzekere aanspraak, en er was ook niet over onderhandeld. Het beëindigingsgesprek duurde zelfs niet langer dan vijf minuten.

Sterker nog: kort na de beëindiging stuurde de scout zelf al een e-mail waarin hij expliciet wees op de nog lopende uitlooptermijn voor specifieke spelers. Daaruit kon Ajax dus al helemaal niet afleiden dat er afstand was gedaan van dat recht. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, dat de vorderingen van de scout nog had afgewezen, en wees de claim alsnog toe.

Lessen voor de praktijk

Deze zaak is een directe les voor iedereen die beëindigingsbrieven, vaststellingsovereenkomsten of exitregelingen opstelt, en dit geldt niet alleen in de sportwereld, maar in elke commerciële relatie met uitloop- of nabetalingsregelingen.

  1. Wie wil dat de andere partij definitief afziet van toekomstige of onzekere aanspraken, moet dat met zoveel woorden opschrijven: een afstandsverklaring die ook toekomstige rechten omvat, en de bevestiging dat partijen “niets meer van elkaar te vorderen hebben of zullen hebben”. Een kwijtingsclausule die alleen spreekt over reeds verrichte betalingen, dekt dat niet.
  2. Bij het beëindigen van agentuur-, distributie-, consultancy- of andere duurovereenkomsten met uitloop- of provisieregelingen moet in de beëindigingsbrief letterlijk worden vastgelegd of die regeling wel of niet binnen de kwijting valt. Het enkele feit dat de overeenkomst afloopt, raakt die lopende aanspraken niet automatisch.
  3. Een partij die wordt bijgestaandoor een jurist of advocaat die een brede, eenzijdige kwijtingsbrief opstelt, kan zich moeilijk beroepen op de gedachte dat de wederpartij “had moeten begrijpen” dat daarmee een potentieel zeer waardevol recht werd weggegeven, zeker niet zonder dat daarover is onderhandeld.
  4. De tactiek om een brede kwijtingsbrief te laten ondertekenen in de hoop dat eventuele toekomstige claims daarmee stilletjes zijn afgedekt, loopt vaak stuk bij de rechter. Wie weet dat er nog aanspraak kan worden gemaakt op claims in de toekomst, kan die beter expliciet benoemen.

Kortom, nauwkeurigheid bij het opstellen en beëindigen van overeenkomsten is van groot belang. In het geval van Ajax ruim 2 miljoen euro (exclusief BTW).

Heeft u vragen over het opstellen van of over de afwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten? Neem contact op met de specialisten van BVDV.

Siem Aartsen
Volg Siem Aartsen: