Transitievergoeding berekenen als werkgever: handig stappenplan en 4 veelgemaakte fouten
02 - 06 - 2026 • Nadine van der Valk
Arbeidsrecht Kort antwoord:
De transitievergoeding bereken je door 1/3 maandsalaris per gewerkt dienstjaar van de werknemer te nemen. Daarbij tel je niet alleen het vaste salaris en de vakantietoeslag mee, maar ook structurele variabele of vaste looncomponenten zoals bonussen, provisie en toeslagen. Dit zien wij bij BVDV regelmatig misgaan.
Wat je in dit blog leest:
- Wanneer je een transitievergoeding betaalt
- Welke looncomponenten je wel en niet meeneemt
- Hoe je omgaat met variabele looncomponenten
- Veelgemaakte fouten én hoe je die voorkomt
Wanneer betaal je een transitievergoeding als werkgever?
Je betaalt een transitievergoeding als je als werkgever het initiatief neemt om het dienstverband te beëindigen of niet te verlengen.
Denk aan:
- Ontslag via het UWV
- Ontbinding via de kantonrechter
- Het niet verlengen van een tijdelijk contract
Ook bij een beëindiging met wederzijds goedvinden wordt vaak een transitievergoeding meegegeven, al is dat wettelijk niet verplicht. De berekening werkt in alle gevallen hetzelfde en lijkt eenvoudig. Tot er bonussen of toeslagen in het spel zijn.
3 stappen voor het berekenen van een transitievergoeding
Met onderstaande stappen kun je zelf de hoogte van een transitievergoeding berekenen.
Stap 1: bepaal het bruto maandsalaris
De basis is het bruto maandsalaris. Dat bestaat uit meer dan alleen het kale loon.
Je neemt in ieder geval mee:
- Vast bruto maandsalaris
- Vakantiegeld (meestal 8%)
- Vaste eindejaarsuitkering (indien van toepassing)
Dit vormt het uitgangspunt. Daarna komt de stap waar het vaak misgaat.
Stap 2: bepaal welke looncomponenten meetellen
Veel werknemers ontvangen naast hun vaste salaris ook extra beloning. Bijvoorbeeld:
- Bonussen
- Provisie
- Overwerkvergoedingen
- Ploegentoeslagen
De vraag is: tel je die mee?
De hoofdregel:
Alleen structurele variabele beloning telt mee. Een variabele component kan als structureel worden aangemerkt wanneer deze regelmatig wordt uitgekeerd, er een duidelijke contractuele of andersoortige afspraak over bestaat, en het feitelijk onderdeel uitmaakt van de normale beloning.
Praktische voorbeelden van componenten die doorgaans als structureel worden beschouwd
- Een jaarlijkse bonus die vrijwel altijd wordt uitgekeerd
- Structurele overuren
- Terugkerende ploegentoeslag
Niet-structurele beloning (zoals een eenmalige bonus) neem je niet mee.
Naast de vraag of een variabele beloning mee moet worden genomen bij de berekening van de transitievergoeding, ontstaat er ook vaak discussie over de vraag over welk tijdvak de variabele beloning berekend moet worden. Hiervoor is van belang om onderscheid te maken tussen:
1) vaste looncomponenten, zoals overwerkvergoeding en ploegentoeslag en
2) variabele looncomponenten, zoals bonussen of winstuitkering.
Aan de hand van de loonelementen kun je het rekensalaris voor de transitievergoeding vaststellen.
Stap 3: bereken de duur van het dienstverband
De transitievergoeding wordt berekend per gewerkt dienstjaar door de werknemer.
De formule is:
- 1/3 maandsalaris per volledig dienstjaar
- Voor een deel van een jaar bereken je dit naar rato voor het aantal maanden
- Voor het aantal dagen geldt hetzelfde.
Dus:
- Werknemer in dienst op 1 april 2024
- Werknemer uit dienst op 4 mei 2026
- Dan is de duur van het dienstverband 2 jaar en 1 maand en 3 dagen
Rekenvoorbeeld
Stel: een werknemer treedt in dienst op 1 april 2024 en de arbeidsovereenkomst eindigt op 4 mei 2026. Het bruto maandsalaris bedraagt € 3.500 inclusief vakantiegeld. De werknemer ontving de afgelopen drie jaar gemiddeld € 3.600 per jaar aan structurele ploegentoeslag.
Stap 1 — bepaal het rekensalaris
- Vast bruto maandsalaris: € 3.500
- Structurele bonus: € 3.600 per jaar ÷ 12 = € 300 per maand
- Rekensalaris: € 3.500 + € 300 = € 3.800 per maand
Stap 2 — bepaal de duur van het dienstverband
- Dienstverband: 2 jaar, 1 maand en 3 dagen
Stap 3 — bereken de vergoeding
- 2 volledige dienstjaren: 2 × ⅓ × € 3.800 = € 2.533,33
- 1 resterende maand: (1/12) × ⅓ × € 3.800 = € 105,56
- 3 resterende dagen: (3/30) × ⅓ × € 3.800 = € 126,67 (uitgaande van 30 dagen per maand)
Totale transitievergoeding: € 2.765,56 bruto
Veelgemaakte fouten bij het berekenen van een transitievergoeding
- Variabele beloning niet meenemen
Werkgevers vergeten regelmatig bonussen of toeslagen mee te nemen. Dat leidt tot een te lage vergoeding en mogelijk een conflict.
- Alles meenemen (ook wat niet hoeft)
Het omgekeerde komt ook voor. Bijvoorbeeld een incidentele bonus meenemen terwijl dat niet nodig is.
- Verkeerde referteperiode gebruiken
Voor variabele beloning geldt meestal een periode van 12 of 36 maanden. Afwijken daarvan kan tot fouten leiden.
- Onjuiste vaststelling duur dienstverband
Door opvolgend werkgeverschap (bijvoorbeeld door eerst als uitzendkracht te werken) kan de duur van het dienstverband langer zijn dan in eerste instantie lijkt.
Hoe voorkom je discussie?
Duidelijkheid vooraf helpt.
- Leg afspraken over bonus en toeslagen goed vast
- Maak onderscheid tussen variabele en vaste looncomponenten
- Controleer je berekening voordat je deze deelt
- Onderbouw welke componenten je wel en niet meeneemt
Twijfel je? Dan is het verstandig om dit vooraf te laten toetsen. Dat voorkomt discussie achteraf.

